Killing Floor 3 probeert met een futuristische insteek nieuw leven te blazen in de bekende formule van hersenloos knallen op hordes vijanden. Hoewel dat op papier aantrekkelijk klinkt, blijkt de uitvoering helaas wisselvallig. Fans van het genre zullen zeker momenten van plezier beleven, maar de game kampt met identiteitsproblemen, technische tekortkomingen en een gebrek aan innovatie.
Waar Killing Floor 2 nog stevig geworteld zat in een herkenbare en licht ironische horror-setting, gooit Killing Floor 3 het over een cyberpunk-boeg. De game speelt zich af in 2091, met neonverlichte gangen, gladde metaaltexturen en ‘futuristische’ wapens die er meer uitzien als speelgoed dan als dodelijke gereedschappen. Helaas voelt deze stijlverandering eerder als een generiek sausje dan als een geslaagde vernieuwing.
De oude cast – ooit charmant en memorabel – heeft plaatsgemaakt voor kleurloze vervangers. Zelfs de iconische Mr. Foster, hier als kloon speelbaar, is slechts een flauwe afspiegeling van zijn vroegere zelf. De nieuwe setting mist karakter en overtuiging, en de toekomstvisie van Tripwire voelt geforceerd en oppervlakkig aan.
Gelukkig doet de gameplay grotendeels wat je ervan mag verwachten: je strijdt in coöp tegen steeds sterkere golven van ‘Zeds’, met als doel het overleven van de laatste boss-wave. Het patroon van vijanden uitschakelen, geld verzamelen en wapens upgraden blijft verslavend, zeker in teamverband. De vernieuwde ‘Zed Time’, waarin de tijd vertraagt om precieze schoten makkelijker te maken, voegt een lekker filmisch tintje toe.
Toch is de actie niet altijd even bevredigend. De gevechten wisselen tussen generiek en spannend, maar het ontbreekt aan het gevoel van impact dat de vorige game wel wist over te brengen. Dat ligt deels aan het matige geluid en deels aan de manier waarop wapens aanvoelen. Schieten met bijvoorbeeld een SCAR-geweer zou krachtig en dreunend moeten klinken, maar klinkt hier alsof je met een speelgoedwapen in een lege kamer staat.
De besturing voelt vreemd licht en onnatuurlijk aan. Je beweegt eerder als een zwevende camera dan als een menselijk personage met massa. Richting en precisie voelen hierdoor losstaand van de actie, wat het gevoel van immersie ondermijnt. Deze ‘zweverigheid’ haalt veel spanning weg uit de vuurgevechten, zeker wanneer je omsingeld raakt door vijanden die niet echt dreigend ogen of klinken.
Op de hoogste instellingen ziet Killing Floor 3 er indrukwekkend uit. De vijanden zijn grotesk en goed geanimeerd, en sommige omgevingen tonen duidelijk de liefde en aandacht van de ontwikkelaars. Maar daar staat tegenover dat de prestaties op veel pc’s, zelfs met stevige hardware zoals een RTX 3070 Ti en Ryzen 9 5900X, tegenvallen. Zelfs met DLSS ingeschakeld is het lastig om stabiele prestaties te halen op hoge settings. Op medium-instellingen levert dat een visueel beeld op dat niet aan de hedendaagse standaarden voldoet.
Wat vooral teleurstelt is het audiodesign. De wapens missen kracht, de omgeving klinkt vlak en vijanden maken nauwelijks indruk met hun geluiden. Er is weinig dynamiek tussen binnen- en buitenomgevingen, wat een gemiste kans is voor een horror-shooter die juist spanning moet opbouwen met geluid. Zeker in claustrofobische situaties, zoals in een laboratoriumgang vol vijanden, mist de audio de intensiteit die nodig is om je op het puntje van je stoel te houden.
-
Gameplay
-
Graphics
-
Geluid
-
Replay Value
Samenvatting
Killing Floor 3 voelt als een gemiste kans. De basisformule – hordes monsters neermaaien met brute wapens – werkt nog steeds, maar wordt ondermijnd door een gebrek aan karakter, technische beperkingen en een stijlbreuk die niet goed uit de verf komt. De overstap naar een futuristisch jasje voegt weinig toe, en de charme van de voorganger is grotendeels verdwenen. Met de juiste updates en optimalisaties zou er nog iets moois van te maken zijn, maar op dit moment voelt de game meer als een stap terug dan een sprong vooruit.


